Hebben we een vrije wil?

 

We worden geboren zonder inspraak: op een bepaalde plaats, in een willekeurige familie, en in omstandigheden die een groot deel van ons leven vormgeven. We kiezen onze geboorte niet, noch het lichaam, het geslacht of de gezondheid waarmee we verschijnen. Daarnaast worden we beïnvloed door de geaardheden van de natuur — de guna’s zoals beschreven in de Veda’s: goedheid, hartstocht en onwetendheid.

Ook onze genetische aanleg speelt een belangrijke rol. Wanneer iemand bijvoorbeeld wordt geboren met een extreme, problematische genetische constitutie, is het duidelijk dat niet alles voortkomt uit vrije keuze.

Binnen deze omstandigheden hebben we wél de mogelijkheid om keuzes te maken. Daarom zijn we tegelijk vrij en niet vrij. Onze relatieve vrijheid bestaat binnen de grenzen van geboorte, opvoeding, genen, maatschappij en de guna’s.

De enige werkelijke vrijheid ligt in het besef dat we het Zelf zijn. Echte bevrijding ontstaat wanneer we onze vereenzelviging met lichaam en geest loslaten. Dat is geen eenvoudige opdracht, want de maatschappij heeft ons jarenlang een verkeerd beeld gegeven van wie we zijn, en heeft het ego tot onze hoogste prioriteit gemaakt.

Daarom is het essentieel dat we al vanaf onze vroegste kinderjaren — wanneer we nog niet door de maatschappij gecorrumpeerd zijn — deze duizenden jaren oude kennis ontvangen. Zo leren we leven vanuit het innerlijk Zelf, en ervaren we de vrijheid die niet afhankelijk is van omstandigheden.